Het was midden oktober dat ik vanuit het BNI netwerk een aanbeveling kreeg voor een verlichtingsplan voor een modewinkel op Vlieland. Niet dat wij tot nu toe veel ervaring hadden met kledingwinkels. Integendeel, wij zijn meer van de industrieverlichting, de procesindustrie, de kantoorverlichting. Dat soort zaken. Maar een keer kijken kon natuurlijk geen kwaad.

De tipgever was tevens hoofd-opdrachtnemer: Jan Sikkema van JS interieur.
Het bleef lange tijd stil. Totdat begin januari ineens de vraag kwam of ik op 16 januari beschikbaar was om mee naar Vlieland te gaan. Jan vroeg mij of en hoeveel ervaring ik met winkels had. “Nou, niet zoveel” antwoordde ik. “Oei, wat nu tegen de eigenaar gezegd”? Ik heb Jan toen uitgelegd dat we expert zijn op het gebied van lichtplannen en al wel iets in de detailhandel hadden gedaan. Zo hebben wij een bloemenwinkel van grote schijnwerpers voor in de etalage, een woonwinkel van algemene verlichting voorzien, en een lichtplan voor een grote bouwmarkt gemaakt. En bovendien licht is licht. Je moet je goed in de materie verdiepen en je boerenverstand gebruiken. En dat laatste heb ik toevallig, genetisch gezien dan.

Vóór de bewuste tocht naar Vlieland hebben mijn vrouw en ik nog eens een aantal winkels in de hoofdstraat van onze stad bezocht. Om vooral ook kritisch te kijken naar de verlichting.
Als je daar echt op gaat letten, vallen een aantal zaken op, die van wezenlijk belang zijn voor een ontwerp. Maar één ding is duidelijk: Er is een enorme variatie in de toepassing van de lichtkleuren, de lichtintensiteit, de toegepaste armaturen en de kleurechtheid: Van heel warm wit (bijna geel) naar daglicht-wit. Van oppervlakkige schijnsels tot en met opeengepakte spots. Rijen dik aan het plafond. Van dikke grijze banaanspots die als dikke onbenullige worsten uit het systeemplafond steken tot ranke, fiere, design spots in overwegend zwart of wit. Meestal hangend aan railsystemen of mooi opgaand in strak schuurwerk van mooi gestucte plafonds. Dit laatste vooral in winkels in het hogere segment. Wat betreft de kleurechtheid kun je gerust stellen, dat hier ook van een enorme variatie sprake moet zijn. Immers je kunt zien dat er gloednieuwe verlichting hangt. En ook heel oude, van die vergeelde, met dito lichtkleuren van de pitjes die er in zitten.

Het is dus zaak om je vooral goed te realiseren wat een winkel uit moet stralen en voor wie.
Nu had ik inmiddels een schets van een 3 dimensioneel beeld van de winkel gekregen die ik ijverig in een plattegrond had nagetekend met liniaal en potlood op een A3. Ik ging er van uit dat spots de beste optie waren voor deze kledingwinkel gezien de vele aan te lichten kledingrekken.
Maar welke spots neem je nu? En niet geheel onbelangrijk: Wat mag het kosten? Er is namelijk een enorme variëteit in lichtsterkte, kleurtemperatuur, vormgeving, kleurechtheid, etc. En ik wist niets van de eigenaar(s). Daarover wilde ik ook niet telefonisch informeren. Ik wilde hen eerst ontmoeten en dan met een oplossing komen. Echter wist ik ook dat er snel beslist zou gaan worden , want alles moest ½ februari vóór de voorjaarsvakantie klaar zijn. Wat nu te doen. Nog afgezien van de fabriekslevertijd.

Ik besloot een aantal opties uit te werken. Er ontstonden offertes met prijzen die een factor 3 verschilden. Hoe ga je daarmee vervolgens om. De vrijdag voor de maandag van het bezoek aan Vlieland nog eens even gebeld met onze leverancier over inbouwspots voor in het plafond. Terloops ook nog even gevraagd wat zij zoal adviseren voor winkels. Zij hadden een heel mooie railspot met een hoge kleurechtheid voor railsystemen. En die “loopt als een dolle” zei mijn contactpersoon. “OK, bedankt”. Daar kon ik wel wat mee. Nóg een alternatief er bij.

In het weekend zou ik de tekeningen en de opties nog even clusteren en uitprinten voor het bezoek aan Vlieland. Aangekomen in Heerenveen ging ik achter mijn bureau staan en staarde naar het A3 formaat papier met de indeling van de verlichting van de winkel. Ik werd er niet enthousiast van. Maar waarom niet eigenlijk? Onlangs had ik nog een project aan Van’t Blik in Akkrum geleverd. Daarvoor had ik een heel lichtplan gemaakt van het bedrijfsterrein met de omheining, de geparkeerde vrachtauto’s, bedrijfsgebouwen en het woonhuis. Daar ging een hele zondagmiddag inzitten. Toen ik de dag erop alles liet zien en mijn keuzes van de nodige uitleg voorzag werd hij meteen mijn nieuwe klant. Tja, dat werkt dus wel zo’n lichtplan.

Ik ben achter mijn bureau gaan zitten en heb een lichtplan voor Port of Vlie gemaakt met winkelinrichting, etalagepoppen en al. Ik was druk van 11.00u tot 20.00u. Het was heel mooi geworden vond ik zelf. Je kon door de winkel heen lopen en het resultaat zien. Een plan á la Van ’t Blik!

Die maandag ging ik op bezoek en besprak mijn plannen. Men dacht snel klaar te zijn, maar het duurde iets langer. We hadden uren de tijd voor de boot naar Harlingen zou vertrekken. Er moest hier en daar nog iets veranderd. Een wandje opschuiven voor een paskamer, een wand voor een poster met 3 extra spots, een spiegel op een andere plek. Een paar lampen op een andere plek. Dat soort details. De vertrektijd van de boot was over enkele uren. Ter plekke het lichtplan aangepast en een nieuwe lichtberekening met de laptop laten draaien. Direct resultaat. Ondertussen kregen we, want Jan en zijn vrouw waren er ook, een lekkere lunch bij de familie aan tafel. Gezellig! Het ontwerp werd steeds op deze manier wat aangescherpt naar de behoeften van de eigenaren. De boot naar Harlingen zou over 1,5u vertrekken. Op deze manier werd ook duidelijk wat het kwaliteitsbeeld van de eigenaren was. Het bleek het gedegen, “vintage” en dus in het wat hogere segment te zijn. De railspots die “lopen als een dolle”, samen met de plafond-inbouwspots, waren overduidelijk  favoriet. De deal werd kort daarop gesloten en ik moest me haasten naar de boot………

Op 13 en 14 februari hebben we de verlichting geïnstalleerd.
We voelen ons trots!